Ok, de ploeg staat, het materiaal is zo goed als het worden zal, en de wedstrijd komt in zicht. Hoe nu verder?
Parcours
Een goede kennis van het parcours
is gewenst. Idealiter rij je een paar dagen van te voren het parcours met
de hele ploeg en ploegleiding. Je let daar bij op de volgende aspecten:
A day at the races
Zorg ervoor dat iedereen op tijd
aanwezig is. Een centrale locatie waar iedereen ook bij slecht weer warm
kan blijven is natuurlijk perfect. Dus leen een huis van een supporter,
huur een sportschool, reserveer een cafe, regel een bus enz.
De organisatie
Voor je van start gaat moet de organisatie
en het rampenplan duidelijk zijn. Je kunt niet alles plannen, maar met
een goede planning kun je veel sneller omschakelen als het onverwachte
gebeurt. Want voor discussie is in de wedstrijd geen tijd! In de voorbespreking
worden dus de puntjes op de i gezet. Wat is de rol van iedere renner, en
wie van de renners heeft de leiding in de ploeg? En wat is de volgorde
van de renners en in welke waaier rijden we. Meestal wordt de voorkeur
gegeven aan de enkele waaier (lintrijden). Na een kopbeurt heb je dan de
langste rustperiode. Bij de dubbele waaier (rondrijden) wordt de herstelperiode
gehalveerd, en deze formatie komt eigenlijk alleen in aanmerking op een
smalle weg bij harde wind. Een andere belangrijke vraag is wanneer te stoppen
als er lek gereden wordt en wanneer niet? Dat zijn een boel scenarios want
vroeg of laat in de wedstrijd maakt verschil, en of het een dragende of
ondersteunende renner betreft natuurlijk ook. De ploegleider neemt de beslissing,
en de wegkapitein draagt deze zonodig verder uit.
Ook belangrijk is wisselen we bij
pech van wiel of direct van fiets en hoeveel drinken neem je mee. Tot slot
neem je de knelpunten in het parcours door en de tactiek die gevolgd gaat
worden om die hindernissen te nemen. Wie gaat voorop bij de start, en vanaf
waar kan de ploeg vol gaan rijden?
Klinkt allemaal heel logisch tot
nu toe, maar in de Tour hebben we met Rasmussen gezien dat ook grote ploegen
hier steken kunnen laten vallen.
Na deze voorbespreking kunnen de renners rusten en de ploegleider, mechanieker en verzorger nog even hun specifieke punten doorpraten.
Warmrijden
Goed warmrijden is heel belangrijk.
Ideaal is daarbij eerst even op de weg te rijden (voor een laatste parcoursverkenning,
test van het materiaal en weten waar de start is) en de afronding op de
rollers te doen. Op de rollers heb je de hele ploeg bij elkaar (er zal
maar iemand ver weg lek rijden) en kun je veel beter timen. Want je wil
natuurlijk met zo min mogelijk stress op de goede tijd bij de start komen.
Uiteraard rij je ook naar de start als groep.
Start
Er is een formatie afgesproken en
uiteraard hou je je daaraan. Vanuit de auto kun je waarschuwen voor hindernissen
in het parcours, bijsturen of eventueel ingrijpen. Belangrijk is dat de
ploegleider daarbij rustig blijft en kort van stof en duidelijk is. De
leider op de fiets beslist of de waaier rechtsom danwel linksom rijd afhankelijk
van de wind, voor de ploegleider is dit wat moeilijker te voelen. Wat de
leider ook beslist: de rest voert uit en geen discussie op de fiets. Probeer
verder een zo strak mogelijk tempo te rijden, elke tempowisseling kost
kracht. Ben jij sterker? Dan rijd je langer op kop en niet harder, zo spaar
je de minderen en kunnen die net weer iets meer in de volgende kopbeurt.
Zo maak je uiteindelijk de ploeg sneller en de eindtijd beter.
Met de huidige techniek is het ook
geen heksentour meer om iemand langs het parcours te stationeren die tussentijden
kan klokken en door kan bellen.
Bij een ploegentijdrit voor 6 man
telt de tijd van de vierde. Je kunt dus twee verliezen, maar de beurten
voor de overblijvers worden daarmee zwaarder. De voorkeur blijft dus om
de formatie zo lang mogelijk in tact te houden. Kun je echt niet mee, neem
dan de ploeg nog eenmaal op je laatste krachten op sleeptouw en laat je
dan lossen.
De tijd van de vierde man is maatgevend,
het is dus niet sneller om met een machtige sprint de formatie in de laatste
kilometer om zeep te helpen!
Nabespreking
Al wordt je eerste of laatste, hou
altijd een nabespreking. Wat ging er goed, waar kan het beter en wat ging
er mis. Na de wedstrijd moet je alle problemen met elkaar door- en uitpraten,
dan hoef je daar achteraf niet meer over te gaan augurken. Dat is contra
productief, als wielrenner wordt je er niet sneller van, en je hobby wordt
zeker niet leuker!