![]() |
Het shirt
Traditionele wielertruien hebben twee of drie zakken achter op de rug, en zijn bovendien zo lang dat de onderrug altijd bedekt blijft. Bij kleine shirts zijn twee bredere zakken vaak te prefereren boven drie smalle. Bedenk dat je ook met natte of kleverige handen en handschoenen aan nog een reep onder uit de zak wil kunnen vissen. Zijn de zakken te kort dan kom je in de problemen met het opspelden van de rugnummers. Net als fietsbroeken zijn shirts soms
ook in damesvarianten verkrijgbaar, het verschil zit in een aantal strategische
coupenaden.
|
![]() |
Het hemd
Ook al blijven de van het dak gevallen mussen drijven in het asfalt, verstandige wielrenners dragen minimaal een zweethemd en daarover een shirt, en beide in een uitvoering met korte mouwen. Blote schouders, een katoenen T-shirtje of een blote body lijkt wel heel stoer, maar het wordt pas echt macho als je er afdondert. Bovendien koel je erg snel af, zonder dat je dat direct in de gaten hebt. Omhoog werk je je in het zweet, en naar beneden verstijf je van de kou. Gebruik dus een echt zweethemd, wat niet doornat wordt zoals katoen, maar dat het vocht van de huid af transporteert. Wordt het kouder, voeg dan meerdere lagen toe. Er zijn ook zweethemden met lange mouwen (zie afdb.) en met een col. Hoeveel kleding je aan moet trekken is sterk persoonlijk, en afhankelijk van het weer, je conditie en hoe lang je denkt weg te blijven. Vooral in de wintermaanden is het soms een hele gok. Een vuistregel is dat je het de eerste kilometers koud moet hebben, anders krijg je het veel te warm. |
![]() |
De wielerbroek
De traditionele wielrenbroek is zwart want dan zag je het zadelvet niet zo (en het is minder genant als je tijdens een regenkoers geen sanitaire stop kunt maken;)). De sokken horen echter wit te zijn, want kettingvet is kennelijk niet belangrijk! Een fietsbroek is voorzien van lange pijpen en een zeem aan de binnenkant, en wordt zonder ondergoed gedragen. Koersbroeken lopen vrij ver door over de rug en zijn daarom meestal voorzien van galgen, of worden gedragen met bretels. Beide oplossingen zijn niet practisch bij een sanitaire stop onderweg, maar vaste galgen zijn prettiger om op te vallen dan blikken bretelklemmen! Voor de koude koersen in het voorjaar zijn er ook driekwart broeken, waarbij de knieen ook bedekt blijven. |
![]() |
De zeem
De huidige kunstzeem is in tegenstelling tot het origineel snel droog, en vaak ook iets gecapitonneerd. . De bedoeling van de zeem is dat het zitvlak droog blijft. Natte huid is zachter en gaat gemakkelijk kapot. Een enkeling vet de zeem in met uierzalf (in duurdere kleine potjes heet dat spul broekenvet) om doorrijden en steenpuisten te voorkomen, maar handiger is om het vet direkt op de eventuele schuurplekken te smeren. Ook een wolk babypoeier of korenbloem in de broek wil wel eens helpen. Bij slechte broeken wil de zeem er nog wel eens lomp ingezet zijn: waar je zit wil je geen dikke naden of extra stiksels hebben! |
![]() |
De collant
Een lange wielrenbroek heet collant. Een collant is handiger dan een trainingspak, want a) de pijpen zijn slanker opdat je niet voordurend de ketting oppoetst, en b) de hemel hangt op een prettiger hoogte. Collants worden meestal over de wielrenbroek gedragen (er zijn ook collants mét zeem), en dus kun je ze wat makkelijker uitdoen als de dag wat is opgewarmd. Tenzij het regent is het verstandig de collant niet te gauw uit te doen. voor een training is 16° een verstandige grens, bewegende benen koelen op de fiets namelijk sterk af, en koude spieren zijn blessuregevoelig. |
![]() |
Been- en armstukken
Makkelijker uit te doen maar iets minder warm dan een collant zijn beenstukken, losse pijpen zoals je wielrenners wel bij het inrijden of in voorjaarsklassiekers ziet dragen. Armstukken bestaan er ook, als je het tijdelijk te warm krijgt kun je die naar beneden stropen. |
![]() |
Het jack
Niet echt winddicht, en zeker niet waterdicht. Maar zolang het niet heel erg nat en koud wordt, is een beperkte mate van vochtigheid prettiger als dampdicht opgesloten. Armen moeten vrij lang zijn, omdat je op de fiets altijd met gebogen armen zit. |
![]() |
Het thermojack
Wordt meestal gemaakt van waterdicht gecoat materiaal, en bij een echt thermojack ook nog gevoerd met isolatiemateriaal. Vochtregulatie is natuurlijk slecht, maar als het koude water met bakken naar beneden komt is de keus tussen koud of warm niet moeilijk. In een koers heb je hier niets aan, want je mag geen ondoorzichtig jack over je rugnummer aantrekken. Vandaar dat in dat soort situaties vaak een doorzichtig regenjasje wordt gedragen. Train je op de weg, dan kun je beter iets opvallenders aandoen. Bij droog weer is een thermojack of een regenjas niet fijn. Je kunt dan beter een krant (zo'n roze Gazetta dello Sport is het beste) onder je trui steken, of een zeemleren borstrok. Er zijn ook thermocollants, en ook daar voor geldt dat het wel bar en boos moet zijn om die aan te trekken.
|
Links is een raceschoen afgebeeld (SPD-R plaatje) rechts is een MTB schoen met een verzonken plaatje (Eggbeater) |
De schoenen
Fietsschoenen hebben een stijve zool onder de bal van de voet om de pedaaldruk zo goed mogelijk te verdelen. Gewone sportschoenen zijn te zacht, en je zaagt de zool bovendien direkt door op het klassieke kooipedaal. Bovendien kun je een fietsschoen zo aan het pedaal bevestigen dat je ook kunt trekken (klimmen!) en schiet je voet bij grote vermoeidheid niet per ongeluk van het pedaal. Klikpedalen zijn er in veel soorten, maar allemaal hebben ze gemeen dat je een onder de zool geschroefd schoenplaatje in een pedaal kunt klikken. Door je hiel naar buiten te draaien maak je de schoen weer los. Zeker als je de grendel niet strak afstelt, is dat al bijna de zelfde beweging als de voet van het pedaal nemen en aan de grond zetten. Klikpedalen bestaan er in veel uitvoeringen. Wegpedalen zijn meestal enkelzijdig en vrij groot, zodat het schoenplaatje ook groot uitvalt en je slecht op zo'n schoen kunt lopen. MTB pedalen zijn meestal wat kleiner zodat het plaatje in de zool kan worden verzonken. En een meerzijdig pedaal is makkelijker inklikken. Schoenplaatjes zijn er met en zonder rotatiemogelijkheid. Zonder rotatiemogelijkheid zit de schoen vast op het pedaal, en krijgen je knieen het zwaar te verduren als de instelling niet 100% is. Met rotatiemogelijkheid (float) is de instelling wat minder kritisch. Sommige fietsers draaien hun voet tijdens de trapbeweging, en die komen zeker niet met vaste plaatjes uit. |
| Overschoenen
Op de fiets heb je gauw natte en koude voeten. Overschoenen van isolerend materiaal schelen dan een heel stuk. Overschoenen voor op de fiets zijn voorzien van een uitsparing voor het schoenplaatje. Hoge MTB schoenen zijn ook een stuk warmer als echte racefietsschoenen, in de winter mtb pedalen op de racefiets is dus ook niet gek. |
|
![]() |
Helm
Heuvel op zijn ze warm, wat de fabrikant ook mag beweren over alle ventilatiespleten. Dat komt op een koude of natte dag goed uit, maar is in de cols omhoog een nadeel. Desondanks is een goede helm om voor de hand liggende redenen aan te bevelen. Is het echt koud draag dan een dunne muts onder de helm. Hoef je bij het mountainbiken ook niet terug te fietsen om je hoofdbedekking van een tak te halen! Draag altijd fietshandschoenen. De handpalmkussens verhogen het comfort, en als je een keertje valt is een schaafplek in je handschoen te prefereren boven het grit diep in je handpalmen. Bovendien kun je met de palm van je handschoen je band en met de rug van de handschoen je neus schoonvegen. Met klassiek gehaakte handschoenen krijg je het leukste patroon op je handen als je een dag in de felle zon fietst. |