Checklist voor mekaniekers(c) 1999, m.s.gerritsen![]() Bij (weg) wielerwedstrijden voor ploegen
worden de renners ondersteund door een team van begeleiders.Voor dat het
startschot klinkt zijn die dan al uren in touw geweest. Minimaal
is een ploegleider en een mechanicien, en een verzorger/masseur is ook
erg prettig. Naarmate de financiele belangen toenemen wordt deze basisploeg
natuurlijk met extra personeel uitgebreid.
PreparatieAls mechanicien probeer ik als eerste van de ploeg bij de startplaats aanwezig te zijn, meestal ruim twee uur van te voren. Zoek een goede plek uit om te parkeren en te werken, en met voldoende ruimte om ook de ploegauto te parkeren. Zorg voor een vlakke, bij voorkeur harde ondergrond, een dak tegen de regen is helaas meestal te veel gevraagd. Zet de montagestandaard neer, ik gebruik een ParkTool klem om de bovenbuis of de zadelpen, maar zorg in ieder geval voor een type waarbij liefst beide wielen vrij kunnen draaien, en de derailleurkabels niet (onder het bracket is berucht) klem komen te zitten. De basis van de standaard moet groot genoeg zijn zodat het geheel niet omwaait.Vang de ploeg op, dirigeer de ploegauto naar zijn plek, en begin met het verzamelen van alle fietsen en wielen. Check met alle renners of je nog bijzondere dingen moet doen aan de fiets zoals cranks natrekken, balhoofdstel vastzetten etc. Maak een lijstje welke fiets van wie is, en noteer opvallende kenmerken zoals kleur, afwijkende paddikte of heel klein-heel groot, want in de koers kun je daar niet over nadenken. Haal de fietsen van de auto's, en zoek eventueel het voorwiel erbij. Zet de fietsen op een logische plek neer, een rij standaards is natuurlijk het mooiste, dan kun je de fietsen op rij afwerken.Het nalopen van de fietsen is noodzakelijk omdat a) de betere renners vaak slechte en nonchalante monteurs zijn (anekdote: wat te denken van een profrenner die in zijn amateurtijd op een fiets reed die zo krom was dat je als volger van uit de auto tussen voor- en achterwiel door kon kijken) en b) de wedstrijdwielen zijn vaak net even anders zijn dan de trainingswielen.
Richt de auto in: de bulkvoorraad wielen bereikbaar achterin, setje wielen op de achterbank, rechter stoel naar voren, bidons (gevuld) en voeding voor het grijpen, eigen catering niet vergeten. Plak een lijst met renners/rugnummers/bijzondere opmerkingen duidelijk zichtbaar op de voorstoel oid en plaats het volgnummer van de auto achter de ramen. Ruim het gereedschap op als de renners
hun fietsen hebben opgehaald en geprobeerd, en kennelijk geen klachten
hebben. Het handgereedschap gaat mee in de ploegauto, en kan mooi achter
de bestuurdersstoel staan. Behalve wat jacks wil ik geen rommel van renners
in de auto zien, daar heb je onderweg maar last van.
Tijdens de koersAls het goed is heb je niks te doen. Dat wil zeggen dat je vier uur druk bent met rugnummers noteren van eventuele kopgroepen, op te zoeken welke namen daar bij horen, de koers in de gaten te houden en op de scanner te letten. Twee horen en zien meer dan een. Afhankelijk van de lotingsvolgorde (of het klassement) in de karavaan en het terrein probeer je bovendien de koers te volgen. Een steile klim, of een haakse bocht in het vlakke land zijn daarvoor ideaal, maar je hebt ook koersen waarbij het zicht en de communicatie zo gebrekkig is dat je geen idee hebt waar je renners zijn.ActieGeeft de jury op de radio door dat een renner assistentie nodig heeft, of dat er een valpartij is dan is het zaak om zo snel mogelijk assistentie te verlenen. De ploegleider krijgt opeens horentjes, zwaveldampen stijgen op, de claxon wordt vastgezet en de wijzer van de toerenteller zal nooit meer de oude zijn. In wezen is dit het scenario van de onreglementaire massasprint, maar dan een met een monteur op de bagagedrager die naar zijn wielen en de deurklink zoekt. Als de voertuigsnelheid weer wat is afgenomen stort je je naar buiten en begeef je je in volle sprint naar je renner(s) wat zeker bij een valpartij soms even zoeken is. In dat soort situaties wil het namelijk niet zeggen dat als je de renner hebt, je ook al de fiets gevonden hebt. Maar een lekke band is waarschijnlijker, en dan is het wat makkelijker de renner weer op de fiets te krijgen voordat de karavaan auto's op is. Een wielrenner die van de zuiging en uitstekende spiegels (nee, niet van de wedstrijdleiding!) van de auto's kan profiteren heeft nog een redelijke kans weer in het peloton terug te komen. Met 85 km/h aan de auto hangend kom je als renner ook wel terug, maar daar krijg je als mecanicien een erg lamme arm van, en de jury kent die truuk helaas ook. Maar als je het ook wilt proberen, de auto in drie afwurgen tot je de zelfde snelheid als de renner hebt, de fiets beetpakken bij zadelpen en bovenbuis, en dan langzaam accellereren tot de diesel in de begrenzer hangt. Niet schakelen, dan ben je je arm of renner kwijt, en de chauffeur moet een stuk vlakke weg uitzoeken waar de renner overheen kan rijden. Voor iedere bocht de renner loslaten, achter hem aan de bocht door en dan weer oppikken.Dan is wielen steken simpeler, althans zolang niet iedereen opeens panische haast krijgt. Het is belangrijk rustig te blijven, zeker als het niet in een keer goed gaat. Bij een voorwiel kan de renner over de fiets blijven staan. Zet de rem open (bij Campagnolo met een knopje op de remgreep hoop je dat de coureur zo snugger was) trek de spanner los en gooi het wiel in de berm. De renner houdt de fiets omhoog. Steek het nieuwe wiel in de vork waarbij de band eerst door de rem heen moet voordat je je druk maakt over hoe je de as in de padden krijgt. Zet de spanner vast (soms moet je nog stellen), duw de renner weg, en zorg dat je je wielen terugvindt. Een nieuw achterwiel steken verloopt analoog, met dien verstande dat de renner de ketting naar rechts moet hebben geschakeld, en ik het handiger vindt als hij/zij naast de fiets staat en mij aankijkt. Is er niks met de fiets te beginnen en moet de reservefiets van het dak, zet dan zo nodig het zadel snel grof op hoogte, en let erop dat de coureur zijn bidons meeneemt. De fijnafstelling van het zadel kan ook naast de auto plaatsvinden, als de jury het goedvindt ;-) Minder urgente actie kan zijn het doorgeven van bidons. Sommige renners hebben aparte voedingswensen, zet dan hun naam met stift op de bidon zodat je je niet vergist. Meestal geeft de ploegleider de bidons door aan de renner, tegelijk met tips, goede raad, stalorders of andere enthousiastmerende (?) opmerkingen. Als laatste actie kun je nog een jasje en het noodpakket met autosleutels aangeven, in het geval dat de renner definitief gelost is. ![]() Apres CourseGeen glorieuze borrels voor de mecanicien, want je moet weer aan het werk. Stap een: waar zijn alle fietsen gebleven? En je moet misschien zorgen dat je je wielen terugkrijgt als je er een aan de concurrentie hebt uitgeleend. De kaderplaatjes moeten er weer af om in te leveren, en bij alle banden laat je weer wat lucht ontsnappen. De bidons mogen ook weer leeg. Bij een eendagskoers gaat iedereen weer naar huis, en moeten de fietsen weer op de auto, rekening houdend met de aflevervolgorde van de renners. Het is dan niet handig om een fiets midden op de auto te zetten, als de desbetreffende eigenaar het eerst afgezet moet worden. En niet alle fietsen passen naast elkaar, afhankelijk van het rek moet je soms goochelen met kleine en grote fietsen.Bij een meerdaagse koers mag de mecanicien de fietsen s'avonds weer schoonmaken, de masseur heeft het makkelijk want de renners gaan zelf onder de douche. Bij een eendagskoers mag het regenen, want dan krijgt een renner zijn fiets zo weer mee. Maar bij een meerdaagse in de regen, met ook nog een verplaatsing naar een volgend hotel, kon je dus wel eens -te- laat in de bar aankomen. Want als je 7 tot 10 fietsen moet poetsen en smeren, de lekgereden wielen moet restaureren, nog met cassettes kan stoeien voor de bergetappe van morgen, en de gevolgen van een valpartij kunt oplossen, dan ben je nog wel even bezig. Maar daarvoor is het natuurlijk ook je hobby, want rijk wordt je er niet van. ![]()
|